Introductie
Certificeringprocedure
Geaccrediteerde inspectie-instellingen
Activiteiten geaccrediteerde inspectie-instellingen
Inspectieplan
Normen
Het proces voor brand- en inbraakbeveiliging
Introductie Certificeringprocedure Activiteiten geaccrediteerde inspectie-instellingen • Tusseninspecties Inspectieplan Het proces voor brand- en inbraakbeveiliging Op basis van de omschreven procedure zijn ook inspecties mogelijk van:
Brandbeveiligingsinstallaties worden al vele decennia toegepast om gebouwen, goederen en mensen te beschermen tegen de gevolgen van brand. Het besluit tot het installeren van dergelijke installaties kent vele gronden. Sommige installaties worden aangebracht op wens van een gebruiker/eigenaar om zijn brandrisico's te beperken. Andere installaties worden door een verzekeraar als onderdeel van een verzekeringscontract, of worden door de overheid als voorwaarde gesteld voor het verlenen van een bouw- of milieuvergunning. In alle gevallen dient de sprinklerinstallatie te zijn afgestemd op het risico dat beschermd moet worden en deze bescherming dient gehandhaafd te blijven. Om verzekerd te zijn van een adequate beveiliging wordt in veel gevallen een certificering van de brandbeveiliging vereist. Hiermee wordt bereikt dat een brandbeveiliging niet alleen bij oplevering voldoet aan de eisen en de bescherming waarborgt die men er billijkerwijze van mag verwachten, maar ook tijdens de volgende jaren hieraan blijft voldoen.
Tot begin 2008 werden in Nederland sprinklerinstallaties volgens het LPS 1233 certificeringschema gecertificeerd. In april 2008 is dit schema "ontrafeld" in een productcertificeringschema (LPS 1233) en een inspectieschema "Vastopgestelde Brandbeheersings- en Brandblussystemen" (VBB-2008).
Als de installatie voldoet aan de gestelde uitgangspunten kan op basis van het productcertificeringschema de sprinklerinstallaties eenmalig worden voorzien van een productcertificaat.
Om een oordeel te krijgen over de beveiliging, beoordeelt de Inspectie-instelling de sprinklerinstallatie in samenhang met de voor het brandveiligheidsconcept relevante bouwkundige en organisatorische voorzieningen. Deze inspectie vindt plaats op basis van het inspectieschema "Vastopgestelde Brandbeheersings- en Brandblussystemen" (VBB-2008). Het inspectieschema VBB-2008 wordt niet alleen bij de eindinspectie toegepast, maar wordt ook gehanteerd bij de periodieke (handhavings)inspecties. Na afronding van de inspectie wordt een oordeel (conclusie) gegeven over de mate van de brandbeveiliging. Bij een ja-conclusie wordt een inspectiecertificaat verstrekt. Wanneer een systeem wordt geleverd met een productcertificaat of het onderhoud is uitgevoerd door een daarvoor gecertificeerd bedrijf kan daar bij de inspectie gebruik van worden gemaakt.
De geaccrediteerde Inspectie-instellingen begeleiden de procedure rond de inspectiecertificering en moeten zijn geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie (RvA) op basis van de norm NEN-EN-ISO/IEC 17020 (voorheen EN-45004) en de in Nederland vastgestelde kwaliteitscriteria, zoals vastgelegd in de VVB-09. Deze accreditatie geeft aan dat de inspectie-instelling onafhankelijk op een deskundige en betrouwbare wijze opereert.
De geaccrediteerde inspectie-instellingen begeleiden de procedure rond de inspectiecertificering. Om blusinstallaties in aanmerking te kunnen laten komen voor een inspectiecertificaat volgens één van de in de hiervoor genoemde schema’s dient de volgende procedure te worden gevolgd.
• Opstellen Inspectieplan
Als eerste zal door de inspectie-instelling een Inspectieplan (IP) worden opgesteld, waarin de uitgangspunten van de beveiligingsinstallatie worden vastgelegd. Het vaststellen van deze uitgangspunten gebeurt op basis van de eisen van de betrokken eisende partijen. In het Inspectieplan wordt ondermeer het volgende vastgelegd:
- de toe te passen voorschriften of normen;
- een omschrijving van het te beveiligen object;
- de te hanteren gevarenklasse;
- de omvang van de beveiliging;
- de graad van watervoorziening;
- bouwkundige eisen;
- organisatorische maatregelen, zoals bepalingen ten aanzien van de opslag van goederen;
- inspectiecriteria;
- afkeurcriteria.
• Beoordeling van het ontwerp
Een installateur maakt een gedetailleerd ontwerp. Dit ontwerp wordt door de inspectie-instelling beoordeeld, waarbij het Inspectieplan basis voor de beoordeling is.
Tijdens de aanleg worden tusseninspecties uitgevoerd van installatiedelen die later moeilijk zijn te inspecteren, zoals ruimten boven verlaagde plafonds, watertanks en grondleidingen.
• De eindinspectie
Nadat de installateur de beveiligingsinstallatie heeft aangelegd voert de inspectie-instelling een eindinspectie uit. Dit gebeurt om na te gaan of de installatie voldoet aan de vastgestelde voorwaarden in het Inspectieplan. De resultaten van de inspectie worden vastgelegd in een inspectierapport. Indien de beveiliging voldoet aan de gestelde eisen wordt een inspectiecertificaat afgegeven (het inspectierapport vermeldt dan een JA-conclusie).
• Periodieke inspecties
Is voor de beveiligingsintallatie een certificaat afgegeven, dan zullen de inspectie-instellingen periodieke inspecties uitvoeren. Deze periodieke inspecties worden één of tweemaal per jaar uitgevoerd en zijn nodig om na te gaan of de installatie op die momenten nog steeds voldoet aan de uitgangspunten van het Inspectieplan. Van de periodieke inspectie wordt een inspectierapport opgesteld en het inspectiecertificaat wordt, als de beveiliging nog steeds voldoet, verlengd.
Alle inspectie activiteiten worden uitgevoerd op basis van de binnen de Vereniging van Inspectie-instellingen voor Veiligheid en Beveiliging (VIVB) overeengekomen inspectieregeling als mede de door het CCV (Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid) gepubliceerde regelingen, waaraan het inspectieprotocol VVB-09 onlosmakelijk is verbonden.
Omdat een inspectie volgens NEN-EN-ISO/IEC 17020 alleen kan worden uitgevoerd indien het precieze onderwerp en toepassingsgebied bekend zijn, wordt, voordat de brandbeveiliging wordt gerealiseerd, een Inspectieplan opgesteld dat door eisende partijen wordt voorzien van een Verklaring van geen bezwaar/goedkeuring, zodat vooraf bij alle betrokken partijen bekend is aan welke eisen moet worden voldaan om een goedkeuring door de inspectie-instelling te verkrijgen en daarmee aan de vergunningseisen betreffende de brandveiligheid en het verzekeringscontract te voldoen. Documenten van derden kunnen als bijlage deel uitmaken van het Inspectieplan.
Het Inspectieplan inclusief bijlagen dient als referentiedocument voor het toetsen van het ontwerp, het uitvoeren van tusseninspecties, de eindinspectie en de periodieke inspecties (handhaving). Het Inspectieplan vermeldt de eisen waaraan de brandbeveiliging moet voldoen zoals geëist door de eisende partij(en) in aansluiting of deeluitmakend van de bouwvergunning en/of andere vergunningen en/of als uitgangsdocument in relatie tot een verzekeringscontract. Indien er meerdere eisende c.q. betrokken partijen zijn zullen in het inspectieplan alle eisen worden opgenomen, waarbij de zwaarste eis uitgangspunt voor de toetsing is. Eveneens staan in het Inspectieplan de gebruikseisen genoemd waaraan de gebruiker van het object zich dient te houden. De in het Inspectieplan vermelde eisen zonder bronvermelding zijn rechtstreeks herleidbaar naar de van toepassing zijnde voorschriften en/of normen. Vermelde eisen met bronvermelding zijn door betrokken partijen gemaakte keuzen en door eisende partijen vastgestelde extra eisen (boven de norm).
In bijlagen zijn eventueel relevante normteksten opgenomen, aangevuld met van toepassing zijnde standaard interpretaties, toelichtingen en gemaakte keuzes (met bronvermelding) binnen de eisen van het Inspectieplan die relevant zijn voor het ontwerp, de realisatie en de inspectie van de brandbeveiligingsinstallatie van het object.
![]()
Normen
Sprinklerinstallaties worden in Nederland vaak ontworpen en aangelegd volgens de Voorschriften voor Automatische Sprinklerinstallaties (VAS) dat werd uitgegeven in januari 1987 door het BvS (Bureau voor Sprinklerbeveiliging), thans het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)) en werd aangepast in 1996. Specifieke risico’s, waarvoor het VAS geen goede beveiligingsoplossing kent, of waar dit een expliciete wens is van de eisende partijen, wordt gebruik gemaakt van buitenlandse voorschriften zoals NFPA, FM-Data sheets, VdS of CEA.
Binnenkort zal ook de NEN-EN 12845 met de daaraan gerelateerde NEN 1073 worden geintroduceerd.

• sprinklerbeveiliging
• watermistbeveiliging
• brandmeldinstallaties
• ontruimingsalarminstallaties
• blusgasinstallaties
• lichtschuim (Hi-Ex) installaties
• centrale bluswatervoorzieningen
• rookbeheersing